
Om in Nederland een verblijfsvergunning te krijgen, zijn er enkele mogelijkheden. Eén van die mogelijkheden is voor verblijf bij een Nederlands kind. Met andere woorden: de mogelijkheid om als verzorgende ouder bij een minderjarig Nederlands kind te wonen. Hiervoor gelden bepaalde (strenge) voorwaarden, maar inmiddels is ook een bijzonder fenomeen opgedoken: de schijnerkenning, waarbij een erkenning mogelijk wordt gebruikt om een verblijfsvergunning te verkrijgen. In deze blog leggen we uit welke voorwaarden gelden voor een verblijfsvergunning op basis van erkenning en wat daarbij mis kan gaan.
Verblijfsvergunning op basis van erkenning
Wie op de website van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (“de IND”) kijkt, ziet verschillende mogelijkheden om een verblijfsvergunning aan te vragen. Als gezegd is één van die mogelijkheden, het verkrijgen van een verblijfsvergunning om als verzorgende ouder bij een Nederlands kind te kunnen verblijven. Dit wordt ook wel de “Chavez-vergunning” genoemd. Om op die grond voor een verblijfsvergunning in aanmerking te komen, gelden een aantal voorwaarden. Zo is belangrijk dat de persoon die de verblijfsvergunning aanvraagt, niet de nationaliteit heeft van een EU-lidstaat of op andere wijze rechtmatig verblijf in Nederland of een andere EU-lidstaat heeft. Er moet sprake zijn van een geldig reisdocument, tussen de persoon die de vergunning aanvraagt en het kind moet sprake zijn van een familieband en het kind moet bij die persoon in Nederland gaan wonen. Daarnaast is vereist dat er een afhankelijkheidsrelatie is: de persoon die de vergunning aanvraagt zorgt voor het kind en is verantwoordelijk voor de opvoeding. Het Nederlandse kind moet in zodanige mate afhankelijk zijn van deze persoon dat ook als geen verblijfsdocument wordt afgegeven, het kind geen andere keuze heeft dan de EU te verlaten.
Het verkrijgen van een verblijfsvergunning op deze grond en de voorwaarden die daarbij horen, komen niet zomaar uit de lucht vallen. Deze verblijfsvergunning vindt zijn oorsprong in het Chavez-Vilchez arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Chavez-Vilchez arrest
Het Hof van Justitie heeft op 10 mei 2017 een arrest gewezen over verblijfsvergunningen in de Europese Unie. Het Hof van Justitie heeft toen geoordeeld dat lidstaten van de Europese Unie geen maatregelen mogen nemen die ertoe leiden dat een Unieburger genoodzaakt is om de Europese Unie te verlaten. Dit geldt ook voor minderjarigen.
Minderjarige kinderen kunnen niet voor zichzelf zorgen. Zij kunnen niet op zoek naar een woning, of inkomen verkrijgen. Zij zijn afhankelijk van een ouder of verzorger die de ouderrol op zich neemt. Uit die afhankelijkheid vloeit het verblijfsrecht voor de ouder voort: als een ouder van een minderjarig Europees kind geen verblijfsvergunning krijgt, dan wordt het kind feitelijk gedwongen om Europa te verlaten. Dit is, zo oordeelde het Hof van Justitie, in strijd met artikel 20 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Na dit arrest is het beleid van de IND met betrekking tot verblijfsvergunningen op grond van artikel 20 VWEU, voor een verzorgende ouder bij een minderjarig Nederlands kind, gewijzigd.
Afhankelijkheidsrelatie
De belangrijkste voorwaarde voor het verkrijgen van een Chavez-vergunning, is het hebben van een afhankelijkheidsrelatie. Dit vereist dat de ouder moet kunnen aantonen dat het kind afhankelijk is van de ouder, in zoverre dat het kind genoodzaakt zou zijn de EU te verlaten als de ouder geen verblijfsvergunning krijgt. Dit houdt in dat de ouder regelmatig zorg- en opvoedingstaken moet vervullen voor het kind. Alleen contact met het kind is niet voldoende, de ouder moet een wezenlijke bijdrage hebben aan de opvoeding van het kind.
Als de IND twijfelt over het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie, kunnen zij een onderzoek instellen. Daarbij kijken ze onder meer naar de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind, de emotionele en fysieke band tussen kind en ouder, eventuele beperkingen van het kind en of, en zo ja hoe lang, ouder en kind hebben samengewoond.
Volgens het Hof van Justitie wordt de afhankelijkheidsrelatie aangenomen indien aangetoond kan worden dat de ouder al bij het Nederlandse minderjarig kind woont. Dat is echter niet altijd het geval. Volgens het aanvraagformulier op de website van de IND kunnen, ter onderbouwing van de afhankelijkheidsrelatie, verschillende documenten worden ingediend, waaronder ouderschapsplannen, foto’s van de ouder en het kind samen, verklaringen van school, financiële stukken, en een geboorteakte of erkenningsakte. Deze laatste is een sterke onderbouwing voor de afhankelijkheidsrelatie.
Erkenningsakte
Het erkennen van een kind is mogelijk wanneer iemand nog geen juridisch ouder is, dus niet de geboorteouder van het kind is, of ten tijde van de geboorte van het kind met de geboorteouder getrouwd is of een geregistreerd partnerschap heeft, of het kind heeft geadopteerd. Na de erkenning van een kind verkrijgt een ouder dus het juridisch ouderschap.
Een kind erkennen is relatief “simpel” en dit kan gewoon bij de gemeente. De ouder die het kind wil erkennen moet in ieder geval een geldig identiteitsbewijs hebben, net als de moeder van het kind. Totdat een kind 16 jaar oud is, moet de moeder toestemming geven. Als een kind tussen de 12 en 16 jaar oud is, moet het kind ook toestemming geven. Na het 16e levensjaar van het kind is enkel de toestemming van het kind nodig. Als aan die voorwaarden wordt voldaan, wordt door een ambtenaar van de gemeente een akte van erkenning opgemaakt. Dit is gratis. Aan het krijgen van een afschrift van de akte zijn wel kosten verbonden, maar doorgaans is dit niet meer dan EUR 20,00.
Het juridisch ouderschap brengt rechten en plichten met zich mee, waaronder het recht en de plicht tot omgang met het kind, het recht op informatie over je kind en de plicht om financieel voor je kind te zorgen.
Sterke stijging van verblijfsaanvragen
Het overleggen van een erkenningsakte brengt dus een sterke onderbouwing voor een afhankelijkheidsrelatie met zich mee. Een sterke onderbouwing voor een afhankelijkheidsrelatie brengt op zijn beurt met zich mee dat dit kan leiden tot het verkrijgen van een Chavez-vergunning.
Naar aanleiding van het Chavez-Vilchez arrest zijn aanzienlijk meer aanvragen voor een verblijfsvergunning ingediend dan daarvoor. Dit blijkt uit een onderzoek van de IND uit 2020. Tussen 10 mei 2016 en 9 mei 2017, het jaar vóór het Chavez-Vilchez arrest, zijn 93 aanvragen ingediend op grond van artikel 20 VWEU. In het jaar na het arrest zijn er 2.709 aanvragen ingediend, een stijging van 2.819,90% ten opzichte van voor het arrest. In het tweede jaar na het arrest zijn 3.688 aanvragen ingediend. Soms gaat het zelfs om een ‘veelerkenning’, waarbij één persoon meerdere kinderen erkent.
Schijnerkenningen
In Amerika draait al sinds 2014 het programma “90 Day Fiancé”. In dit programma worden koppels gevolgd die een aanvraag hebben gedaan voor een verblijfsvergunning, wat de buitenlandse verloofden van Amerikaanse staatsburgers in staat stelt de Verenigde Staten binnen te komen, op de voorwaarde dat zij binnen 90 dagen trouwen. Niet bij ieder stel ging het om enkel trouwen voor de liefde, maar ook om het krijgen van een verblijfsvergunning. Dit lijkt sterk op de ontwikkeling sinds het Chavez-Vilchez arrest. In toenemende mate zijn er sinds 2017 namelijk signalen bij de IND dat erkenningen van minderjarige kinderen worden ingezet als een instrument om een verblijfsvergunning te krijgen, zonder dat de erkenner daadwerkelijk een rol speelt in het leven van een minderjarig kind. Geen schijnhuwelijk, maar een schijnerkenning dus.
De toename in schijnerkenningen heeft ertoe geleid dat in 2026 een bericht verscheen, dat het kabinet meer maatregelen gaat nemen ter bestrijding van schijnerkenningen. Op korte termijn houdt dit in dat ambtenaren van de burgerlijke stand en medewerkers burgerzaken, aanvullende instructies en ondersteuning krijgen om schijnerkenningen te herkennen en hier adequaat op te handelen. Voor de langere termijn werkt het kabinet aan mogelijke wetswijzigingen waaronder strafrechtelijk ingrijpen, en wordt onderzocht of strengere of aanvullende voorwaarden mogelijk zijn.